Veel van ons hebben in de loop van het leven manieren ontwikkeld om met moeilijke situaties om te gaan. Manieren die ons hielpen om sterk te blijven, ons veilig te voelen of overeind te blijven wanneer het leven ingewikkeld was. Vaak gebeurt dat zonder dat we ons daar bewust van zijn. We passen ons aan, ontwikkelen bepaalde overtuigingen en leren gedrag aan dat op dat moment helpend is.
Misschien heb je geleerd om altijd door te gaan. Misschien werd je degene die voor iedereen klaarstaat. Misschien leerde je al vroeg om je gevoelens voor jezelf te houden of om vooral geen last voor anderen te zijn. Wat de situatie ook was, ons brein is voortdurend bezig met veiligheid. Het zoekt manieren om ons te beschermen tegen pijn, onzekerheid, afwijzing of verdriet.
Dat is niet verkeerd. Integendeel. Die patronen hebben vaak een belangrijke functie gehad. Ze hebben je geholpen om te worden wie je bent. Ze hebben ervoor gezorgd dat je overeind bleef op momenten waarop dat nodig was. Alleen zit daar ook een keerzijde aan. Wat vroeger bescherming bood, helpt ons niet altijd meer in het leven dat we vandaag leiden.
Sterker nog, soms kan diezelfde bescherming ons juist in de weg gaan zitten.
Dat is misschien wel de grootste paradox. Wanneer we onszelf beschermen tegen pijn, teleurstelling of afwijzing, sluiten we vaak onbewust ook iets anders af. We houden niet alleen het moeilijke buiten de deur, maar soms ook verbinding, liefde, spontaniteit en de mogelijkheid om onszelf echt te laten zien. De muren die we bouwen om niet geraakt te worden, kunnen er tegelijkertijd voor zorgen dat we minder geraakt worden door alles wat het leven juist mooi maakt.
Veel mensen herkennen dat gevoel. Van buiten lijkt alles goed te gaan. Je werk loopt, je zorgt voor anderen, je doet wat er van je verwacht wordt en misschien krijg je zelfs regelmatig te horen dat je het allemaal goed voor elkaar hebt. Maar diep van binnen voel je dat er iets ontbreekt. Dat je vooral bezig bent met volhouden. Dat je leeft zoals het hoort, maar niet helemaal zoals je zou willen.
Ik herken dat inmiddels ook in mijn eigen leven.
Jarenlang dacht ik dat sterk zijn betekende dat je doorging. Dat je oplossingen zocht. Dat je niet klaagde. Dat je alles zelf kon dragen. Ik leefde vooral vanuit mijn hoofd. Ik analyseerde, regelde, organiseerde en loste problemen op. Dat bracht me veel. Het zorgde ervoor dat ik succesvol was in mijn werk en dat ik altijd weer een manier vond om door te gaan.
Maar achteraf zie ik dat daar ook een prijskaartje aan hing.
Ik heb niet voor niets twee keer mijn voorste kruisband afgescheurd. Natuurlijk was dat een fysieke blessure. Maar wanneer ik nu terugkijk, zie ik ook iemand die jarenlang signalen van haar lichaam negeerde. Iemand die gewend was om door te gaan, ook wanneer haar lichaam eigenlijk om rust vroeg. Iemand die vooral luisterde naar wat er moest gebeuren en veel minder naar wat ze zelf nodig had.
Destijds zag ik dat niet.
Nu, met alle kennis die ik heb opgedaan over het brein, stress, het zenuwstelsel en de invloed van oude patronen, kijk ik daar heel anders naar. Dat betekent niet dat iedere fysieke klacht direct een emotionele oorzaak heeft. Zo simpel is het niet. Maar ik geloof wel dat ons lichaam vaak veel eerder signalen afgeeft dan wij bereid zijn om te horen.
Wat ik destijds ook niet begreep, is dat mijn manier van beschermen niet alleen invloed had op mezelf, maar ook op de verbinding met andere mensen.
Wanneer je gewend raakt om alles zelf op te lossen, om sterk te zijn en je gevoelens vooral voor jezelf te houden, lijkt dat misschien onafhankelijk en krachtig. Maar tegelijkertijd laat je ook minder van jezelf zien. En wanneer je minder van jezelf laat zien, wordt het voor anderen moeilijker om je echt te leren kennen.
Achteraf zie ik dat ik niet alleen pijn, teleurstelling of kwetsbaarheid buiten probeerde te houden. Ik hield ook iets anders op afstand. Echte verbinding.
Want verbinding ontstaat niet doordat we alleen onze sterke kanten laten zien. Verbinding ontstaat juist wanneer we onszelf durven laten zien zoals we werkelijk zijn. Met onze twijfels, onzekerheden, gevoelens en kwetsbaarheden. Dat vond ik jarenlang ontzettend moeilijk. Ik dacht dat sterk zijn betekende dat je alles zelf moest kunnen dragen. Inmiddels geloof ik dat echte kracht juist ontstaat wanneer je jezelf niet langer hoeft te verstoppen achter die bescherming.
Veel van de patronen die we vandaag laten zien, zijn ooit ontstaan vanuit een goede reden. Ook ik heb mijn eigen redenen gehad om zo te worden wie ik was. Daar zal ik in een volgende blog meer over delen. Wat ik inmiddels heb geleerd, is dat je niet vast hoeft te blijven zitten in patronen die ooit nodig waren.
Ons brein is veranderbaar. Dankzij neuroplasticiteit kunnen we nieuwe verbindingen maken, nieuwe keuzes leren maken en nieuwe manieren ontwikkelen om met uitdagingen om te gaan. Maar die verandering begint niet met harder werken aan jezelf. Ze begint met bewustwording. Met nieuwsgierig worden naar jezelf. Waarom reageer ik zoals ik reageer? Welke overtuigingen sturen mijn gedrag? Welke bescherming draag ik nog met me mee? En helpt die mij vandaag nog steeds?
Dat zijn niet altijd makkelijke vragen. Maar vaak zijn het precies die vragen die de deur openen naar meer rust, meer vrijheid en meer verbinding met jezelf én met anderen.
Voor mij zit echte kracht tegenwoordig niet meer in altijd sterk zijn. Echte kracht zit in de moed om eerlijk naar jezelf te kijken. Naar je patronen, je overtuigingen en de bescherming die je ooit hebt opgebouwd.
Want soms is juist datgene wat je jarenlang heeft beschermd, ook datgene wat je vandaag tegenhoudt om volledig jezelf te zijn.
En misschien begint verandering wel met één simpele vraag: Helpt dit patroon mij vandaag nog steeds, of is het tijd om iets nieuws te leren?